EГџen In KitzbГјhel

EГџen In KitzbГјhel Lotto.At Video

EГџen In KitzbГјhel. EГџen. But opting out of some of these cookies may have an. EГџen In KitzbГјhel, Beste Spielothek in Ellingstedtfeld finden. WIE KANN ICH LOTTO GEWINNEN, Jedes Jahr werden durchschnittlich mehr als Menschen. Schreddermaschine · Casino Bonus Offers · Holdem · Polnische Liga · Wpt Valkenburg · EГџen In KitzbГјhel · Spielhalle EГџlingen · Poker Hand Reihenfolge. EГџen In KitzbГјhel. EГџen In KitzbГјhel. Ein Kauf auf Kredit, wie Staatslotterien spielen mГchte, kann sein kГnnen aber erst seit dem mit Spielen Geld verdienen,​. EГџen In KitzbГјhel. EГџen In KitzbГјhel. These cookies do not store any personal information. Any cookies that may not be particularly necessary for the website.

Beim ersten Abschlusstraining am Samstag verunglückte dann der EГџen KitzbГјhel Roland Ratzenberger tödlich. Beste Spielothek in Stormsdorf finden, Schreddermaschine · Casino Bonus Offers · Holdem · Polnische Liga · Wpt Valkenburg · EГџen In KitzbГјhel · Spielhalle EГџlingen · Poker Hand Reihenfolge. EГџen In KitzbГјhel. EГџen In KitzbГјhel. These cookies do not store any personal information. Any cookies that may not be particularly necessary for the website.

Views Read View source View history. Help Community portal Recent changes Upload file. Wikimedia Commons Wikispecies Wikiquote. Download as PDF Printable version.

Reconstruction of the T. Hu , Maleev , Species synonymy Aublysodon amplus? Marsh , Deinodon amplus? Marsh, Manospondylus amplus? Marsh, Stygivenator amplus?

Marsh, Tyrannosaurus amplus? Zelfs de nieuwe vondsten zijn niet voldoende om in de behoefte aan tyrannosaurusskeletten te voorzien en daarom is een veelvoud aan afgietsels gefabriceerd; meestal zal men in een natuurhistorisch museum een replica tegenkomen in plaats van een origineel.

Zo waren er van "Stan" in al 35 volledige skeletafgietsels gemaakt en vijftig schedels. Een groot probleem is dat de nieuwe vondsten meestal nog niet gedetailleerd beschreven zijn — een proces dat inclusief opgraving en preparatie steeds pas vele jaren na de ontdekking voltooid is; het gebruik als decoratie belemmert een langdurige studie en veel paleontologen beschrijven geen fossielen in particulier bezit omdat er geen vrije toegang gegarandeerd kan worden aan collegae die de resultaten zouden willen controleren.

Desalniettemin is Tyrannosaurus rex de laatste decennia intensief bestudeerd. Tientallen wetenschappelijke artikelen en verschillende symposia en boeken [24] zijn aan de aansprekende soort gewijd.

Door het grote aantal vondsten is het mogelijk geworden de soort statistisch te analyseren. Alle skeletten zijn gevonden in een vrij beperkt gebied, de oostkust van het toenmalige subcontinent Laramidia die grensde aan de zich toen ver naar het noorden uitstrekkende Golf van Mexico , onder de naam Western Interior Seaway.

De grote massa van de vondsten concentreert zich nog sterker. Meer dan de helft stamt uit een aaneengesloten zone die het noordoosten van Wyoming, het zuidoosten van Montana, het zuidwesten van North Dakota en het noordwesten van South Dakota omvat.

Daarnaast is er een tweede, nog sterkere, verdichting ten zuiden van Fort Peck in het midden van Montana.

De meeste vondsten zijn daarbij in de allerbovenste lagen aangetroffen: voornamelijk de bovenste Hell Creek-formatie en de Lanceformatie.

Slechts een beperkt aantal stamt uit diepere, oudere lagen: de onderste Hell Creek. Wat fragmenten uit de Judith River-formatie , wellicht uit het late Campanien , meer dan 70 miljoen jaar oud, doen vermoeden dat toen een voorloper van Tyrannosaurus rex voorkwam, die wel met Tyrannosaurus sp.

Tyrannosaurus vormt hierin een uitzondering dat in de volksmond meestal de volledige soortnaam gebruikt wordt: Tyrannosaurus rex , soms correct afgekort tot T.

Dit gebruik wordt meestal verklaard vanuit de aansprekende naam. De suggestie van Oliver Perry Hay uit om met de soortaanduiding van Deinodon amplus een Tyrannosaurus amplus te vormen, [29] werd snel vergeten.

Toch is herhaalde malen gesteld dat Tarbosaurus onder Tyrannosaurus zou moeten vallen, omdat de twee genera weinig verschillen.

Of daartoe werkelijk reden is, hangt af van de vraag of Tyrannosaurus en Tarbosaurus inderdaad zustertaxa vormen binnen de Tyrannosaurinae.

Het zou bijvoorbeeld ook kunnen dat een van de twee in feite nauwer verwant is aan de eerder voorkomende Daspletosaurus of Alioramus. De meest recente exacte cladistische analyses hierover spreken elkaar op dit punt tegen.

Nog eens twee soorten werden door Malejew in benoemd, binnen de geslachten Tarbosaurus en Gorgosaurus ; die zijn later door respectievelijk Anatoli Konstantinowitisj Rozjdestwenski en Donald Glut hernoemd tot Tyrannosaurus efremovi en Tyrannosaurus novojilovi.

In beide gevallen gaat het om exemplaren van Tarbosaurus bataar. Behalve Tarbosaurus bataar bestaat er ook nog een aantal andere recente soorten dat als Tyrannosaurus benoemd is.

In werd uit China een T. Dit is echter een onbeschreven naam, een nomen nudum , die daarbij vrijwel zeker geen echte soort van Tyrannosaurus aanduidt, want het fossiel, een enkele tand, stamt uit het vroege Krijt.

Paul dat ook Daspletosaurus bij Tyrannosaurus gerekend moest worden als een Tyrannosaurus torosus.

In werd Tyrannosaurus zhuchengensis uit China gemeld, een middenvoetsbeen dat uit een te oude laag stamt om werkelijk van Tyrannosaurus te zijn.

Naast het toewijzen van soorten en geslachten die niet op het traditionele tyrannosaurusmateriaal gebaseerd zijn, komt het ook voor dat voorgesteld wordt dat materiaal zelf in meerdere soorten of zelfs geslachten op te splitsen.

Een enkele keer gebeurt dat op futiele gronden: in vernoemde Stephan Pickering Tyrannosaurus stanwinstonorum — in feite "Sue" — tegen betaling naar Stan Winston , een expert op het gebied van special effects , in het bijzonder animatronica.

Soms vindt men op grond van kleine verschillen dat het geslacht Dynamosaurus wel een jonger synoniem is maar de soort D.

Al deze soorten worden algemeen als niet-valide beschouwd. Meent men dus dat Tarbosaurus een eigen geslacht waard is, dan is Tyrannosaurus rex de enige benoemde soort binnen Tyrannosaurus.

Een nog niet benoemde soort of morfe is Tyrannosaurus "x", een door Robert Thomas Bakker in vermoede variant die zich zou kenmerken door het bezit van twee kleine tanden, in plaats van een, voor in de onderkaak en een kleiner pneumatisch foramen in het traanbeen.

Een groot strijdpunt is de laatste decennia het vraagstuk of bepaalde exemplaren jongen van Tyrannosaurus vertegenwoordigen of daarentegen aparte geslachten.

Eerst als een jong van Tyrannosaurus beschouwd, werd het door Ralph Molnar in beschreven als Albertosaurus lancensis , een alternatieve naam van Gorgosaurus lancensis.

In echter maakte Gregory S. Paul er een aparte soort van, Albertosaurus megagracilis en in George Olshevsky een apart geslacht: Dinotyrannus.

Een derde geval betreft LACM , een in opgegraven snuit. In werd dat door Paul benoemd tot Aublysodon molnaris , in door Olshevsky tot Stygivenator molnari.

Opnieuw gaat het om een juveniel exemplaar, van Tyrannosaurus of wellicht Nanotyrannus. Over de lichaamsbouw van Tyrannosaurus zijn door vroegere publicaties veel misverstanden ontstaan.

De eerste reconstructies voor het grotere publiek werden gegeven door William Diller Matthew in zijn The Dinosauria en door de schilder Charles Knight.

Latere illustratoren kopieerden hun werk en werden zelf weer als voorbeeld genomen. Door het herhaald natekenen, zonder veel begrip van de anatomie, ontstond een soort karikatuur van het dier.

De illustraties in populair-wetenschappelijke boeken gaven zo tot ver in de jaren zeventig een heel fout beeld van Tyrannosaurus.

Vaak wordt ook de snuit breed als bij een pad en de nek erg recht gereconstrueerd, ontspruitend uit een smalle, taps toelopende, borstkas.

In bleek uit onderzoek dat dit beeld bij de meeste mensen, jong of oud, nog steeds dominant is, ondanks dat populair-wetenschappelijke publicaties zich aan nieuwe inzichten hebben aangepast.

Dit werd verklaard uit de invloed van speelgoed en stripverhalen die een grotere culturele traagheid zouden hebben.

In werkelijkheid heeft Tyrannosaurus de algemene bouw van de theropoden: hij loopt wel op de achterpoten, maar de rug wordt horizontaal gehouden waarbij de lange horizontale staart het lichaam in evenwicht brengt.

De nek heeft een S-vorm die nog versterkt wordt door de dikke bovenste nekspieren. De schedel is langwerpig. De borstkas is breed. Tyrannosaurus bezit echter ook eigenschappen waarin hij van de meeste theropoden afwijkt.

Zijn skelet is erg zwaargebouwd, meer nog dan nodig zou zijn om zijn grote gewicht te dragen. Hij is ook gedrongen van postuur: nek, romp en staart zijn voor een theropode tamelijk kort en relatief breed en hoog.

De voorpoten zijn zeer kort maar de achterpoten juist lang. Tyrannosaurus was een reusachtig dier : de meest complete skeletten hebben een heuphoogte van rond de 3,50 meter.

De kop stak nog eens een halve meter boven de horizontaal gehouden rug uit. De precieze lengte was lang onbekend door het ontbreken van de achterste staartwervels, schattingen voor de skeletten door Brown opgegraven liepen uiteen van elf tot veertien meter.

De hoge schatting kwam voort door een extrapolatie vanuit de verhoudingen bij Allosaurus , die een relatief langere staart heeft.

Tegenwoordig weten we — hoewel het uiterste puntje van de staart nog steeds onbekend is — dat de lagere schattingen de waarheid dichter benaderden: CMN , het holotype, had bij leven een lengte van ongeveer 12,4 meter en een gewicht van 4,7 ton.

Hun gewicht lag rond de 5,6 ton. Extrapolatie vanuit fragmenten is bij Tyrannosaurus echter geen erg betrouwbare schattingsmethode doordat het dier in zijn proporties nogal variabel was.

Dit leidde bijvoorbeeld bij MOR tot de oorspronkelijke schatting van 21 meter; dit individu had een afwijkend breed bekken.

In publiceerden Hutchinson e. Het individu was niet bijzonder lang maar wel volgroeid en erg robuust. Er was al een vorm ontdekt die hem in grootte benaderde, Epanterias , maar daarvan zou pas later duidelijk worden dat het een theropode betrof.

Andere al bekende soorten, zoals Allosaurus fragilis en Megalosaurus , wogen maar een derde van Tyrannosaurus. Lange tijd leek de positie van Tyrannosaurus onbedreigd en het kwam voor velen als een verrassing en zelfs een schok toen in een nieuwe soort beschreven werd, Giganotosaurus , die nog groter was.

Deze ontdekking leek een trend te zetten: ook van andere in die tijd opduikende theropoden werd graag beweerd dat ze kandidaten waren voor de titel.

Ook Carcharodontosaurus en Tyrannotitan lukte het niet Giganotosaurus weer van de troon te stoten. Maar eigenlijk was de strijd al tachtig jaar eerder beslecht.

Kort na de beschrijving van Tyrannosaurus was er in namelijk al een nog langere theropode ontdekt: Spinosaurus , met een lengte van zo'n vijftien meter.

Dit feit was niet onopgemerkt gebleven, maar werd genegeerd met als excuus dat Spinosaurus vanwege zijn meer langgerekte bouw ook wel lichter geweest zou zijn dan Tyrannosaurus — exacte berekeningen voerde men niet uit.

De kop van Tyrannosaurus telt 55 beenderen: 41 in de schedel en veertien in de onderkaken. Alleen de krachtlijnen zijn versterkt.

Bij Tyrannosaurus zijn de schedel en vooral de onderkaken — twee, links en rechts, per schedel — echter wel uitzonderlijk robuust.

De schedelopeningen zijn voor een theropode relatief klein en verschillende botten, zoals beide neusbeenderen, zijn vergroeid; [52] de luchtholten in de afzonderlijke beenderen zijn echter erg uitgebreid.

De schedel van Sue is millimeter lang. De langste enigszins complete schedel is MOR met een lengte van ongeveer centimeter.

Het getal van centimeter dat vaak in de populair-wetenschappelijke literatuur opduikt, berust op een oude te hoge schatting voor UCMP de schedel waartoe dit fragment behoort, zal in feite een lengte gehad hebben van tot centimeter.

De hele schedel is aangepast om de bijtkracht te vergroten. Theropoden uit andere groepen hadden vrij kleine tanden waarmee ze hun prooi oppervlakkig konden verwonden en door herhaalde aanvallen uitputten om hem langzaam te laten bezwijken onder bloedverlies.

Tyrannosaurus en de overige Tyrannosauridae echter specialiseerden zich in het toebrengen van een beslissende diepere beet.

Dit vergde echter veel meer spierkracht en de schedel moest daarom groter worden om de benodigde spiermassa een plaats te geven en steviger om niet zelf door de reactiekracht ontwricht te worden.

De spieren die de kaken sloten, bevonden zich aan de achterkant van de kop. De schedel van Tyrannosaurus is overeenkomstig achteraan uitzonderlijk breed voor een theropode: de breedte bedraagt twee derden van de lengte; zelfs bij andere tyrannosauriden is dat hoogstens de helft.

De aan de buitenkant lopende kaakspieren konden dus zeer dik worden. De belangrijkste sluitspieren zaten echter aan de onderkant van de schedel vast.

Die hadden vergrote aanhechtingspunten doordat achteraan de onderkaak het holle os surangulare , waarin een van het verhemelte komende spier uitmondde en daaronder het os angulare , waar een andere aan de binnenkant lopende spier van onderen omheengewikkeld was, extreem breed en hoog waren.

De eigenlijke beet kon ondersteund worden door een rukkende beweging van de kop: de S-vormige nek is bijzonder robuust en droeg bovenop krachtige uitpuilende nekspieren die met een ruwe hoge dwarskam aan het achterhoofd verbonden waren.

De zware bouw van de schedel leidde tot een verminderde onderlinge beweeglijkheid, kinesis, van de schedeldelen, wat het geheel nog eens extra stevig maakte.

Een studie toonde aan dat de schedel in het verhemelte speciaal verstard was om grote bijtkrachten mogelijk te maken, tot over de twee ton.

Een diepe beet vergde ook lange tanden. Tyrannosaurus bezit in verhouding tot zijn schedel bijzonder grote tanden, de langste van alle bekende theropoden.

De grootste in de bovenkaken zijn ongeveer dertig centimeter lang, waarvan achttien centimeter als kroon boven het tandvlees uitstak.

Een bijzonder kenmerk van de tyrannosauriden om de effectiviteit van de beet te vergroten is de vorm van de in totaal acht wat kleinere tanden in de voorste bovenkaakbeenderen, de praemaxillae: D-vormig in doorsnede in plaats van erg plat.

Dit had als gevolg dat Tyrannosaurus , in tegenstelling tot de meeste andere theropoden, botten kon doorbijten en zelfs vergruizelen.

Hierdoor kon in een keer een grote vleesmassa uit de wond gerukt worden. Dit effect werd nog versterkt, doordat de voorste tanden van het achterliggende bovenkaaksbeen, de maxilla , het langst zijn.

Bij een aanval raakten ze als eerste de huid van het slachtoffer. Zij zijn gevormd als een gebogen dolk en iets platter om het vlees te doorsnijden.

Vaak wordt gesteld dat ze "vlijmscherp" waren, maar de tandranden zijn in feite voorzien van een karteling bestaande uit kleine bolle uitsteeksels.

Daarbij zijn de tanden bij volwassen dieren zo gezwollen dat ze niet echt scherp konden zijn. Als de tanden afbraken of uitgerukt werden, was dat niet fataal: steeds groeiden diep in het kaakbeen nieuwe tanden aan om de oude te vervangen.

Doordat dit erg onregelmatig gebeurde, zijn de tanden meestal nogal variabel in lengte. Een gezond individu had dus minstens 52 tanden.

Bij volwassen dieren bedraagt het maximale aantal in de onderkaak veertien, in de maxilla twaalf; bij jongere dieren lag het aantal hoger.

Hoewel de voorkant van de snuit minder spits is dan bij andere theropoden, is die nog steeds vrij hoog en langwerpig.

Wel zorgt de brede achterkant ervoor dat de oogkassen iets meer naar voren gericht zijn; er was dus een mate van binoculair zicht , met overlappende gezichtsvelden zodat de afstand tot de prooi beter ingeschat kon worden.

Achter de oogkassen — maar niet direct erboven — draagt de schedel kleine, afgeronde uitsteeksels of hoorntjes en er is ook een richel in de lengterichting boven op de neusbeenderen in de snuit.

Bij leven waren die kenmerken vermoedelijk nog verlengd door hoornlagen en ze dienden wellicht voor rituele gevechten binnen de soort.

De voorste rand van het bovenste uitsteeksel van het quadratojugale vertoont een deuk. Het naar boven en achteren gerichte uitsteeksel van het verhemelte is vergroot; de onderkant van de schedel wordt verder gesloten doordat de maxilla het vrij brede ploegschaarbeen raakt parallel aan driekwart van de lengte van de tandrij.

De delen achter de schedel, de postcrania, tonen bij Tyrannosaurus maar weinig kenmerken die ook niet bij de andere tyrannosauriden te vinden zijn — afgezien opnieuw van hun grootte en robuuste bouw.

Een mogelijke autapomorfie is het naar voren gedraaid zijn van de binnenste gewrichtsknobbel van het dijbeen. Het aantal staartwervels bij Tyrannosaurus is onbekend en omstreden.

Door Osborn werd het wel zo hoog geschat als 56; tegenwoordig houdt men het op 39 tot De meest complete staart heeft 36 wervels bewaard.

De nek is kort en stevig om de zware kop te dragen. De doornuitsteeksels boven op de halswervels zijn hoog en vormen een bevestiging voor sterke pezen.

Korte en wijd uitstekende nekribben zorgen voor een goede beweeglijkheid en dienen als aanhechtingspunt voor nekspieren die het hoofd een krachtige zijdelingse rukkende beweging kunnen laten maken.

Vermoedelijk bevond zich in de bovenhals nog een tongbeen in de vorm van een complex bestaande uit een of meerdere gepaarde verstevigende ceratobranchialia , maar die elementen zijn slecht bekend.

Het gewicht van de nek wordt verminderd doordat de halswervels en nekribben gepneumatiseerd zijn: doortrokken van luchtholten die via openingen in de botwand, pneumatoporen, verbonden waren met luchtzakken in de romp.

Ook alle ruggenwervels zijn gepneumatiseerd en hebben aan de zijkanten diepe uithollingen, pleurocoelen. Ze zijn vrij kort en hoog. Nauw aaneengesloten vormen ze een starre lage boog waaraan de romp opgehangen is.

De voorste elf dragen lange stevige borstribben die wat naar achteren gericht zijn. De lange ribben maken de borstkas vrij kort en hoog en niet naar voren taps toelopend, zoals vaak afgebeeld.

De onderkant van de romp wordt bedekt door minstens dertien paar smalle buikribben of gastralia.

Dit zijn huidverbeningen die geen deel uitmaken van het eigenlijke skelet. Doordat de borstribben met gewrichten aan de wervels verbonden zijn, kunnen de achterste ribben en gastralia meehelpen met de ademhaling door de achterste luchtzakken van de romp samen te persen.

Zelf zijn de borstribben ook met de luchtzakken verbonden en dus gepneumatiseerd. De vijf sacrale wervels zijn met sacrale ribben vergroeid met het bekken zodat de wervelkolom stevig verbonden is met de achterpoten.

De voorste vier sacrale wervels zijn gepneumatiseerd. De staart is relatief kort; samen met de ook relatief korte romp zorgt dit voor tamelijk gedrongen proporties bij Tyrannosaurus , in tegenstelling tot de erg langgerekte vorm van de meeste theropoden.

Dit is verklaard als een aanpassing voor vergrote wendbaarheid: een korter lichaam heeft een lager traagheidsmoment en kan dus sneller ronddraaien.

De ledematen tellen 89 botten wat het totaal aantal beenderen bij Tyrannosaurus op ongeveer brengt.

Hoewel het schouderblad nog een vrij normale omvang heeft, zijn de voorpoten zo opvallend klein, niet langer dan een mensenarm, dat het vaak de vraag oproept waartoe ze eigenlijk dienden.

Dit is echter een schijnprobleem dat vergeet dat kenmerken binnen een evolutionaire context verklaard moeten worden.

De voorouders van Tyrannosaurus hadden veel grotere armen en de voorpoten zijn dus vermoedelijk gedegenereerd doordat ze juist nergens voor gebruikt werden.

Hun reductie leidde tot verwijdering van overtollige massa. Toch hebben ook paleontologen serieuze pogingen gedaan een functie vast te stellen: hulp bij het opstaan uit een liggende positie, [67] of, een suggestie nog van Osborn, het vasthouden van het wijfje tijdens de paring.

Voor de vondsten uit de jaren tachtig was de onderarm onbekend en te klein ingeschat door af te gaan op de situatie bij verwante soorten. De paleontoloog Kenneth Carpenter heeft er na een nieuwe vondst in MOR op gewezen dat de armen althans minder gedegenereerd zijn dan bij de Albertosaurinae en stelt dat dit wijst op een functie bij het vasthouden van de prooi.

Hij heeft een hefkracht per arm berekend van ongeveer tweehonderd kilo. Daarbij is erop gewezen dat Tyrannosaurus moeite zou hebben gehad de prooi met de armpjes te bereiken omdat zijn grote kop in de weg zat.

Het schouderblad is vergroeid met het ravenbeksbeen tot een os scapulocoracoideum. Het is de vraag of er zich middenin verbeende borstbeenderen bevonden; die zijn niet met zekerheid teruggevonden.

Aangegeven borstbeenderen kunnen betrekking hebben op vergroeide gastralia. Nog meer gereduceerd is de onderarm: de ellepijp en het spaakbeen meten bij dit exemplaar respectievelijk en millimeter.

Pronatie was dus onmogelijk wat betekent dat de handpalmen steeds naar elkaar wezen en nooit naar beneden gericht waren. De hand heeft maar twee zichtbare vingers — van een derde is alleen nog een gereduceerd middenhandsbeentje over.

De duimklauw is niet erg stevig en kon niet als een vervaarlijk wapen dienen zoals bij veel andere theropoden. De formule van de vingerkootjes is De achterpoten zijn juist relatief lang.

Omdat een enkele achterpoot het hele gewicht van het dier moest kunnen dragen, zijn ze stevig gebouwd en zeer zwaar gespierd. Ze zijn bevestigd aan een eveneens robuust bekken.

Het bovenste deel daarvan, het darmbeen of os ilium , vormt een lange horizontale plaat. Dit biedt een in vergelijking met andere theropoden uitzonderlijk groot aanhechtingsvlak, tot bijna twee meter lang en meer dan een halve meter breed bij de grootste exemplaren, voor de dijspieren.

Het darmbeen dient ook als bovenkant van een diep heupgewricht waarin de dijbeenkop zijwaarts inpast. Van deze heupkop af kromt het dijbeen naar onderen.

Onderaan de heup zijn de beide schaambeenderen , de 1,2 meter lange ossa pubis , vergroeid in een ongewoon sterk verbreed naar voren gericht uiteinde of "voet", waarop het dier in een rechtop liggende stand kon rusten en dat bij het levende dier een zeer opvallend kenmerk geweest moet zijn.

De even lange zitbeenderen steken naar achteren. Door de vorm van het heupgewricht kan het dijbeen niet zijwaarts bewogen worden, maar slechts van voor naar achter en omgekeerd, voor een lopende beweging.

Omdat het zo zwaar belast wordt, is het dijbeen of femur het grootse bot in het lichaam, bij Sue centimeter lang. Only a single Tyrannosaurus rex specimen has been conclusively shown to belong to a specific sex.

Examination of B-rex demonstrated the preservation of soft tissue within several bones. Some of this tissue has been identified as a medullary tissue, a specialized tissue grown only in modern birds as a source of calcium for the production of eggshell during ovulation.

As only female birds lay eggs, medullary tissue is only found naturally in females, although males are capable of producing it when injected with female reproductive hormones like estrogen.

This strongly suggests that B-rex was female, and that she died during ovulation. The shared presence of medullary tissue in birds and theropod dinosaurs is further evidence of the close evolutionary relationship between the two.

Like many bipedal dinosaurs, Tyrannosaurus rex was historically depicted as a 'living tripod', with the body at 45 degrees or less from the vertical and the tail dragging along the ground, similar to a kangaroo.

This concept dates from Joseph Leidy 's reconstruction of Hadrosaurus , the first to depict a dinosaur in a bipedal posture. It stood in an upright pose for 77 years, until it was dismantled in By , scientists realized this pose was incorrect and could not have been maintained by a living animal, as it would have resulted in the dislocation or weakening of several joints , including the hips and the articulation between the head and the spinal column.

When Tyrannosaurus rex was first discovered, the humerus was the only element of the forelimb known. The bones show large areas for muscle attachment, indicating considerable strength.

This was recognized as early as by Osborn, who speculated that the forelimbs may have been used to grasp a mate during copulation.

Another possibility is that the forelimbs held struggling prey while it was killed by the tyrannosaur's enormous jaws.

This hypothesis may be supported by biomechanical analysis. Tyrannosaurus rex forelimb bones exhibit extremely thick cortical bone , which has been interpreted as evidence that they were developed to withstand heavy loads.

The M. A Tyrannosaurus rex forearm had a limited range of motion, with the shoulder and elbow joints allowing only 40 and 45 degrees of motion, respectively.

In contrast, the same two joints in Deinonychus allow up to 88 and degrees of motion, respectively, while a human arm can rotate degrees at the shoulder and move through degrees at the elbow.

The heavy build of the arm bones, strength of the muscles, and limited range of motion may indicate a system evolved to hold fast despite the stresses of a struggling prey animal.

In the first detailed scientific description of Tyrannosaurus forelimbs, paleontologists Kenneth Carpenter and Matt Smith dismissed notions that the forelimbs were useless or that Tyrannosaurus rex was an obligate scavenger.

According to paleontologist Steven M. Stanley , the 1 metre 3. Tyrannosaurus , like most dinosaurs, was long thought to have an ectothermic "cold-blooded" reptilian metabolism.

The idea of dinosaur ectothermy was challenged by scientists like Robert T. Bakker and John Ostrom in the early years of the " Dinosaur Renaissance ", beginning in the late s.

Histological evidence of high growth rates in young Tyrannosaurus rex , comparable to those of mammals and birds, may support the hypothesis of a high metabolism.

Growth curves indicate that, as in mammals and birds, Tyrannosaurus rex growth was limited mostly to immature animals, rather than the indeterminate growth seen in most other vertebrates.

Oxygen isotope ratios in fossilized bone are sometimes used to determine the temperature at which the bone was deposited, as the ratio between certain isotopes correlates with temperature.

This small temperature range between the body core and the extremities was claimed by paleontologist Reese Barrick and geochemist William Showers to indicate that Tyrannosaurus rex maintained a constant internal body temperature homeothermy and that it enjoyed a metabolism somewhere between ectothermic reptiles and endothermic mammals.

Such thermoregulation may also be explained by gigantothermy , as in some living sea turtles. In the March issue of Science , Mary Higby Schweitzer of North Carolina State University and colleagues announced the recovery of soft tissue from the marrow cavity of a fossilized leg bone from a Tyrannosaurus rex.

The bone had been intentionally, though reluctantly, broken for shipping and then not preserved in the normal manner, specifically because Schweitzer was hoping to test it for soft tissue.

Flexible, bifurcating blood vessels and fibrous but elastic bone matrix tissue were recognized. In addition, microstructures resembling blood cells were found inside the matrix and vessels.

The structures bear resemblance to ostrich blood cells and vessels. Whether an unknown process, distinct from normal fossilization, preserved the material, or the material is original, the researchers do not know, and they are careful not to make any claims about preservation.

The absence of previous finds may be the result of people assuming preserved tissue was impossible, therefore not looking. Since the first, two more tyrannosaurs and a hadrosaur have also been found to have such tissue-like structures.

In studies reported in Science in April , Asara and colleagues concluded that seven traces of collagen proteins detected in purified Tyrannosaurus rex bone most closely match those reported in chickens , followed by frogs and newts.

The discovery of proteins from a creature tens of millions of years old, along with similar traces the team found in a mastodon bone at least , years old, upends the conventional view of fossils and may shift paleontologists' focus from bone hunting to biochemistry.

Until these finds, most scientists presumed that fossilization replaced all living tissue with inert minerals. Paleontologist Hans Larsson of McGill University in Montreal, who was not part of the studies, called the finds "a milestone", and suggested that dinosaurs could "enter the field of molecular biology and really slingshot paleontology into the modern world".

The presumed soft tissue was called into question by Thomas Kaye of the University of Washington and his co-authors in They contend that what was really inside the tyrannosaur bone was slimy biofilm created by bacteria that coated the voids once occupied by blood vessels and cells.

They found similar spheres in a variety of other fossils from various periods, including an ammonite. In the ammonite they found the spheres in a place where the iron they contain could not have had any relationship to the presence of blood.

Even moderately fast speeds would have required large leg muscles. This ankle feature may have helped the animal to run more efficiently.

Additionally, a study indicates that Tyrannosaurus and other tyrannosaurids were exceptionally efficient walkers. Studies by Dececchi et al.

The research team then applied a variety of methods to estimate each dinosaur's top speed when running as well as how much energy each dinosaur expended while moving at more relaxed speeds such as when walking.

Among smaller to medium-sized species such as dromaeosaurids, longer legs appear to be an adaptation for faster running, in line with previous results by other researchers.

The results further indicate that smaller theropods evolved long legs as a means to both aid in hunting and escape from larger predators while larger theropods that evolved long legs did so to reduce the energy costs and increase foraging efficiency, as they were freed from the demands of predation pressure due to their role as apex predators.

Compared to more basal groups of theropods in the study, tyrannosaurs like Tyrannosaurus itself showed a marked increase in foraging efficiency due to reduced energy expenditures during hunting or scavenging.

This in turn likely resulted in tyrannosaurs having a reduced need for hunting forays and requiring less food to sustain themselves as a result.

Additionally, the research, in conjunction with studies that show tyrannosaurs were more agile than other large bodied-theropods, indicates they were quite well-adapted to a long-distance stalking approach followed by a quick burst of speed to go for the kill.

Analogies can be noted between tyrannosaurids and modern wolves as a result, supported by evidence that at least some tyrannosaurids were hunting in group settings.

The finding may mean that running was also not possible for other giant theropod dinosaurs like Giganotosaurus , Mapusaurus and Acrocanthosaurus.

As a result, it is hypothesized that Tyrannosaurus was capable of making relatively quick turns and could likely pivot its body more quickly when close to its prey, or that while turning, the theropod could "pirouette" on a single planted foot while the alternating leg was held out in a suspended swing during pursuit.

The results of this study potentially could shed light on how agility could have contributed to the success of tyrannosaurid evolution. A study conducted by Lawrence Witmer and Ryan Ridgely of Ohio University found that Tyrannosaurus shared the heightened sensory abilities of other coelurosaurs , highlighting relatively rapid and coordinated eye and head movements; an enhanced ability to sense low frequency sounds, which would allow tyrannosaurs to track prey movements from long distances; and an enhanced sense of smell.

By applying modified perimetry to facial reconstructions of several dinosaurs including Tyrannosaurus , the study found that Tyrannosaurus had a binocular range of 55 degrees, surpassing that of modern hawks.

Stevens estimated that Tyrannosaurus had 13 times the visual acuity of a human and surpassed the visual acuity of an eagle, which is 3.

Thomas Holtz Jr. He would suggest that this made precision more crucial for Tyrannosaurus enabling it to, "get in, get that blow in and take it down.

Tyrannosaurus had very large olfactory bulbs and olfactory nerves relative to their brain size, the organs responsible for a heightened sense of smell.

This suggests that the sense of smell was highly developed, and implies that tyrannosaurs could detect carcasses by scent alone across great distances.

The sense of smell in tyrannosaurs may have been comparable to modern vultures , which use scent to track carcasses for scavenging.

Research on the olfactory bulbs has shown that Tyrannosaurus rex had the most highly developed sense of smell of 21 sampled non-avian dinosaur species.

Somewhat unusually among theropods, T. The length of the cochlea is often related to hearing acuity, or at least the importance of hearing in behavior, implying that hearing was a particularly important sense to tyrannosaurs.

Specifically, data suggests that Tyrannosaurus rex heard best in the low-frequency range, and that low-frequency sounds were an important part of tyrannosaur behavior.

The study speculated that tyrannosaurs might have used their sensitive snouts to measure the temperature of their nests and to gently pick-up eggs and hatchlings, as seen in modern crocodylians.

A study by Grant R. Hurlburt, Ryan C. Ridgely and Lawrence Witmer obtained estimates for Encephalization Quotients EQs , based on reptiles and birds, as well as estimates for the ratio of cerebrum to brain mass.

The study concluded that Tyrannosaurus had the relatively largest brain of all adult non-avian dinosaurs with the exception of certain small maniraptoriforms Bambiraptor , Troodon and Ornithomimus.

The study found that Tyrannosaurus' s relative brain size was still within the range of modern reptiles, being at most 2 standard deviations above the mean of non-avian reptile EQs.

The estimates for the ratio of cerebrum mass to brain mass would range from According to the study, this is more than the lowest estimates for extant birds Suggesting that Tyrannosaurus may have been pack hunters , Philip J.

Currie compared T. Currie's pack-hunting hypothesis has been criticized for not having been peer-reviewed , but rather was discussed in a television interview and book called Dino Gangs.

According to scientists assessing the Dino Gangs program, the evidence for pack hunting in Tarbosaurus and Albertosaurus is weak and based on skeletal remains for which alternate explanations may apply such as drought or a flood forcing dinosaurs to die together in one place.

Evidence of intraspecific attack were found by Joseph Peterson and his colleagues in the juvenile Tyrannosaurus nicknamed Jane. Peterson and his team found that Jane's skull showed healed puncture wounds on the upper jaw and snout which they believe came from another juvenile Tyrannosaurus.

Subsequent CT scans of Jane's skull would further confirm the team's hypothesis, showing that the puncture wounds came from a traumatic injury and that there was subsequent healing.

Most paleontologists accept that Tyrannosaurus was both an active predator and a scavenger like most large carnivores. Meers in A debate exists, however, about whether Tyrannosaurus was primarily a predator or a pure scavenger ; the debate was assessed in a study by Lambe which argued Tyrannosaurus was a pure scavenger because the Gorgosaurus teeth showed hardly any wear.

Ever since the first discovery of Tyrannosaurus most scientists have speculated that it was a predator; like modern large predators it would readily scavenge or steal another predator's kill if it had the opportunity.

Paleontologist Jack Horner has been a major proponent of the view that Tyrannosaurus was not a predator at all but instead was exclusively a scavenger.

Other evidence suggests hunting behavior in Tyrannosaurus. The eye sockets of tyrannosaurs are positioned so that the eyes would point forward, giving them binocular vision slightly better than that of modern hawks.

It is not obvious why natural selection would have favored this long-term trend if tyrannosaurs had been pure scavengers, which would not have needed the advanced depth perception that stereoscopic vision provides.

A skeleton of the hadrosaurid Edmontosaurus annectens has been described from Montana with healed tyrannosaur-inflicted damage on its tail vertebrae.

The fact that the damage seems to have healed suggests that the Edmontosaurus survived a tyrannosaur's attack on a living target, i.

It is not known what the exact nature of the interaction was, though: either animal could have been the aggressor.

In a battle against a bull Triceratops , the Triceratops would likely defend itself by inflicting fatal wounds to the Tyrannosaurus using its sharp horns.

Tyrannosaurus may have had infectious saliva used to kill its prey, as proposed by William Abler in Abler observed that the serrations tiny protuberances on the cutting edges of the teeth are closely spaced, enclosing little chambers.

These chambers might have trapped pieces of carcass with bacteria, giving Tyrannosaurus a deadly, infectious bite much like the Komodo dragon was thought to have.

Tyrannosaurus , and most other theropods, probably primarily processed carcasses with lateral shakes of the head, like crocodilians.

The head was not as maneuverable as the skulls of allosauroids , due to flat joints of the neck vertebrae.

In , Bruce Rothschild and others published a study examining evidence for stress fractures and tendon avulsions in theropod dinosaurs and the implications for their behavior.

Since stress fractures are caused by repeated trauma rather than singular events they are more likely to be caused by regular behavior than other types of injuries.

Of the 81 Tyrannosaurus foot bones examined in the study one was found to have a stress fracture, while none of the 10 hand bones were found to have stress fractures.

The researchers found tendon avulsions only among Tyrannosaurus and Allosaurus. An avulsion injury left a divot on the humerus of Sue the T.

The presence of avulsion injuries being limited to the forelimb and shoulder in both Tyrannosaurus and Allosaurus suggests that theropods may have had a musculature more complex than and functionally different from those of birds.

The researchers concluded that Sue's tendon avulsion was probably obtained from struggling prey. The presence of stress fractures and tendon avulsions in general provides evidence for a "very active" predation-based diet rather than obligate scavenging.

A study showed that smooth-edged holes in the skulls of several specimens might have been caused by Trichomonas -like parasites that commonly infect birds.

Seriously infected individuals, including "Sue" and MOR "Peck's Rex" , might therefore have died from starvation after feeding became increasingly difficult.

Previously, these holes had been explained by the bacterious bone infection Actinomycosis or by intraspecific attacks. One study of Tyrannosaurus specimens with tooth marks in the bones attributable to the same genus was presented as evidence of cannibalism.

Tyrannosaurus lived during what is referred to as the Lancian faunal stage Maastrichtian age at the end of the Late Cretaceous. Tyrannosaurus ranged from Canada in the north to at least New Mexico in the south of Laramidia.

Tyrannosaurus remains have been discovered in different ecosystems, including inland and coastal subtropical, and semi-arid plains.

Several notable Tyrannosaurus remains have been found in the Hell Creek Formation. During the Maastrichtian this area was subtropical , with a warm and humid climate.

The flora consisted mostly of angiosperms , but also included trees like dawn redwood Metasequoia and Araucaria. Tyrannosaurus shared this ecosystem with ceratopsians Leptoceratops , Torosaurus , and Triceratops , the hadrosaurid Edmontosaurus annectens , the parksosaurid Thescelosaurus , the ankylosaurs Ankylosaurus and Denversaurus , the pachycephalosaurs Pachycephalosaurus and Sphaerotholus , and the theropods Ornithomimus , Struthiomimus , Acheroraptor , Dakotaraptor , Pectinodon and Anzu.

Another formation with Tyrannosaurus remains is the Lance Formation of Wyoming. This has been interpreted as a bayou environment similar to today's Gulf Coast.

The fauna was very similar to Hell Creek, but with Struthiomimus replacing its relative Ornithomimus. The small ceratopsian Leptoceratops also lived in the area.

In its southern range Tyrannosaurus lived alongside the titanosaur Alamosaurus , the ceratopsians Torosaurus, Bravoceratops and Ojoceratops , hadrosaurs which consisted of a species of Edmontosaurus, Kritosaurus and a possible species of Gryposaurus , the nodosaur Glyptodontopelta , the oviraptorid Ojoraptosaurus , possible species of the theropods Troodon and Richardoestesia , and the pterosaur Quetzalcoatlus.

Tyrannosaurus may have also inhabited Mexico's Lomas Coloradas formation in Sonora. Though skeletal evidence is lacking, six shed and broken teeth from the fossil bed have been thoroughly compared with other theropod genera and appear to be identical to those of Tyrannosaurus.

If true, the evidence indicates the range of Tyrannosaurus was possibly more extensive than previously believed.

Since it was first described in , Tyrannosaurus rex has become the most widely recognized dinosaur species in popular culture.

It is the only dinosaur that is commonly known to the general public by its full scientific name binomial name and the scientific abbreviation T.

Large predatory Cretaceous dinosaur. For other uses, see T. Genus synonymy. Species synonymy. See also: Specimens of Tyrannosaurus. Main article: Feathered dinosaur.

Main article: Physiology of dinosaurs. Femur thigh bone. Tibia shin bone. Metatarsals foot bones. Phalanges toe bones.

Main article: Feeding behavior of Tyrannosaurus. Main article: Tyrannosaurus in popular culture. Online Etymology Dictionary. October 15, Geological Society of America.

Bulletin of the American Museum of Natural History. In Larson, P. Tyrannosaurus rex , The Tyrant King. Bulletin of the AMNH.

Lucas, S. This material was used in an interesting 'half-mount' display of this dinosaur in London. Currently the material resides in the research collections.

Sue at the Field Museum. The Field Museum. Retrieved October 24, May 26, Bibcode : Natur. The University of Manchester. A seven-day vacation in Gstaad including a ski pass costs as much as euro, travel expenses excluded.

Winter resorts in Italy and Austria are the most affordable for Bulgarian tourists. A ski pass in Austria and Italy gives tourists access to hundreds of kilometers of slopes, since facilities connect one resort zone to another.

Add your comment below, or trackback from your own site. You can also subscribe to these comments via RSS. Name required. Mail will not be published required.

Website optional. This is a Gravatar-enabled weblog. To get your own globally-recognized-avatar, please register at Gravatar.

Scheduled to run from May 12, through June 1, , the collection …. The orchestra conductor will be Alexei Kornienko from Austria — the new main conductor of the ….

The grand prize ofthe event is thousand dollars.

This category only includes cookies that ensures basic functionalities and security features of the website. These cookies do not store any personal information.

Any cookies that may not be particularly necessary for the website to function and is used specifically to collect user personal data via analytics, ads, other embedded contents are termed as non-necessary cookies.

It is mandatory to procure user consent prior to running these cookies on your website. Naar de inhoud springen Menu Sluiten Extra Ordinary admin januari 22, marvellous mrs maisel streaming.

Berichtnavigatie Vorige Vorig bericht: Www. Volgende Volgend bericht: Queen Bohemian Rhapsody. This website uses cookies to improve your experience.

We'll assume you're ok with this, but you can opt-out if you wish. Privacy Overview This website uses cookies to improve your experience while you navigate through the website.

Rex and also the only composer and writer, his death ultimately ended the band. Rex vastly influenced several genres over several decades including glam rock , the punk movement, post-punk , indie pop , britpop and alternative rock.

Sylvain Sylvain of the New York Dolls said that when forming his band with Billy Murcia and Johnny Thunders : "[they]'d all sit on the bed with these cheap guitars and do Marc Bolan songs, as well as some blues and instrumentals".

Rex: [26] seeing them live "was really our education" stated Ron Mael. That's why I love Marc Bolan. There was something so mystical about him, his singing voice, his manner.

His songs really move ya, they're so moving and dark. Joy Division's Bernard Sumner was marked by the sound of the guitar of early T. Rex; his musical journey began at a poppy level with "Ride a White Swan".

Because back then girls didn't really listen to guitar parts, it was a guy's thing. And guitars were really macho things then and I couldn't bear say, Hendrix's guitar playing, it was too in your face and too threateningly sexual, whereas Marc Bolan's guitar playing was kind of cartoony.

And I could sing the parts. They weren't virtuoso, they were funny, they were humourous [sic] guitar parts. Rex was pure pop". Rex is very profound on certain songs of the Smiths like " Panic " and " Shoplifters of the World Unite ".

Lead singer Morrissey also admired Bolan. While writing "Panic" he was inspired by "Metal Guru" and wanted to sing in the same style.

He didn't stop singing it in an attempt to modify the words of "Panic" to fit the exact rhythm of "Metal Guru". Marr later stated: "He also exhorted me to use the same guitar break so that the two songs are the same!

Rex and other groups of the s "were huge influences on all of us", [36] "[they] really impacted me". Rex "is the place to start", adding that "this band and that album [ Electric Warrior ] was what got me into music in the first place".

When he saw T. Rex on Top of the Pops playing "Jeepster", he felt: "that's my kind of music [ Rex as a strong influence. From Wikipedia, the free encyclopedia.

English rock band. Glam rock psychedelic folk early. John's Children X-T. Rex Mickey Finn's T-Rex. Rex — "Hot Love". Main article: T.

Rex discography. Rock and Roll Hall of Fame. Retrieved 15 January Omnibus Press. Rex Was Likely an Invasive Species".

Live Science. Kyoryugaku Saizensen [Dino Frontline]. Zoological Journal of the Linnean Society. Smithsonian Miscellaneous Collections.

Science Advances. Carr, Thomas September 15, Tyrannosauroidea Central. Retrieved May 28, June 5, Thomas D. Carr discusses his new study".

Retrieved June 10, Proceedings: Biological Sciences. Bibcode : PNAS.. Thomas Holtz Lecture. Indiana University Press. Cambridge : Cambridge University Press.

In Rosenberg, G. Dino Fest. The Paleontological Society Special Publications. Zoology Jena, Germany. Smithsonian Contributions to Knowledge. American Museum of Natural History.

Yale University. Journal of Geoscience Education. Bibcode : JGeEd.. American Association for the Advancement of Science.

Ottawa Naturalist. The complete T. Mesozoic vertebrate life. Bibcode : JGSoc. Palaeontologia Electronica. In Farlow, J. The Complete Dinosaur.

July 5, Rex had an air conditioner in its head, study suggests". Stepanova, A. Journal of Morphology. July 17, July 18, Jr; Burns, M.

February 21, April 1, Retrieved July 19, Rex brain study reveals a refined 'nose ' ". Discovery Channel.

Retrieved March 23, June 11, Rex pack hunters? Scary, but likely to be true". Retrieved December 23, July 25, The Guardian.

Retrieved August 24, Smithsonian Institution. Biological Letters. Oxford Handbook of Applied Dental Sciences. Oxford University Press.

Royal Society Open Science. Science Daily. In Kowalewski, M. The Fossil Record of Predation. The Paleontological Society Papers.

The Paleontological Society Special Publication. July 31, June 18, Summary at Monastersky, R. The Horned Dinosaurs. Princeton University Press.

Mesozoic Vertebrate Life. Hansen, D. The Dinosaurs of Wyoming. Wyoming Geological Association. The Dinosauria 2nd ed. Tyrannosaurus at Wikipedia's sister projects.

Liliensternus Notatesseraeraptor Tachiraptor Zupaysaurus Halticosaurus? Dracoraptor Lepidus Podokesaurus Powellvenator Dolichosuchus? Dilophosaurus Dracovenator Sarcosaurus.

Lophostropheus Kaijiangosaurus? Berberosaurus Saltriovenator Fosterovenator? Zanclodon cambrensis? Ceratosaurus Genyodectes Eoabelisaurus?

Afromimus Compsosuchus Ligabueino Spinostropheus Deltadromeus? Elaphrosaurus Huinculsaurus Limusaurus.

Ekrixinatosaurus Ilokelesia Skorpiovenator Thanos. Aucasaurus Carnotaurus Pycnonemosaurus Viavenator Quilmesaurus.

Szechuanosaurus Teinurosaurus. Yunyangosaurus Poekilopleuron? Condorraptor Marshosaurus Piatnitzkysaurus Xuanhanosaurus?

Camarillasaurus Ostafrikasaurus Suchosaurus? Baryonyx Cristatusaurus Suchomimus. Ichthyovenator Irritator Oxalaia Siamosaurus Vallibonavenatrix.

Sigilmassasaurus Spinosaurus. Duriavenator Megalosaurus Torvosaurus Wiehenvenator. Afrovenator Dubreuillosaurus Leshansaurus Magnosaurus Piveteausaurus.

Asfaltovenator Erectopus. Metriacanthosaurus Shidaisaurus Siamotyrannus Sinraptor. Allosaurus Saurophaganax Antrodemus? Datanglong Siamraptor. Chilantaisaurus Neovenator Siats Deltadromeus?

Giganotosaurus Mapusaurus Tyrannotitan. Fukuiraptor Phuwiangvenator Rapator? Guanlong Kileskus Proceratosaurus Sinotyrannus Yutyrannus. Dilong Jinbeisaurus Moros Santanaraptor?

Suskityrannus Timimus? Timurlengia Xiongguanlong Megaraptora? Juratyrant Stokesosaurus Tanycolagreus? Appalachiosaurus Dryptosaurus.

Albertosaurus Gorgosaurus. Alioramus Qianzhousaurus. Daspletosaurus Thanatotheristes. Tarbosaurus Tyrannosaurus Zhuchengtyrannus.

Juravenator Ornitholestes. Iliosuchus Kakuru? Pelecanimimus Shenzhousaurus. Deinocheirus Garudimimus Harpymimus? Aepyornithomimus Anserimimus Archaeornithomimus?

Alnashetri Aorun? Bannykus Haplocheirus Shishugounykus Tugulusaurus Xiyunykus. Alvarezsaurus Bradycneme? Achillesaurus Bonapartenykus Patagonykus.

Nemegtonykus "Ornithomimus" minutus Parvicursor Qiupanykus. Albinykus Ceratonykus Xixianykus. Albertonykus Linhenykus Mononykus Shuvuuia.

Falcarius Jianchangosaurus Lingyuanosaurus? Erlikosaurus Nanshiungosaurus Nothronychus Segnosaurus Therizinosaurus.

Incisivosaurus Ningyuansaurus Protarchaeopteryx. Caudipteryx Similicaudipteryx Xingtianosaurus. Hagryphus Leptorhynchos Microvenator Ojoraptorsaurus?

Human uses of living things. Frog Salamander Toad Toadstone. Coral Jellyfish Starfish Leech. Medicinal fungi Amanita muscaria Edible mushroom Agaricus bisporus Psilocybin mushroom.

Dinosaurs portal Paleontology portal Cretaceous portal United States portal. Namespaces Article Talk. Views Read View source View history. Help Community portal Recent changes Upload file.

Wikimedia Commons Wikispecies Wikiquote. Download as PDF Printable version. Reconstruction of the T. Hu , Maleev , Species synonymy Aublysodon amplus?

Marsh , Deinodon amplus? Marsh, Manospondylus amplus? Marsh, Stygivenator amplus? Marsh, Tyrannosaurus amplus?

Zelfs de nieuwe vondsten zijn niet voldoende om in de behoefte aan tyrannosaurusskeletten te voorzien en daarom is een veelvoud aan afgietsels gefabriceerd; meestal zal men in een natuurhistorisch museum een replica tegenkomen in plaats van een origineel.

Zo waren er van "Stan" in al 35 volledige skeletafgietsels gemaakt en vijftig schedels. Een groot probleem is dat de nieuwe vondsten meestal nog niet gedetailleerd beschreven zijn — een proces dat inclusief opgraving en preparatie steeds pas vele jaren na de ontdekking voltooid is; het gebruik als decoratie belemmert een langdurige studie en veel paleontologen beschrijven geen fossielen in particulier bezit omdat er geen vrije toegang gegarandeerd kan worden aan collegae die de resultaten zouden willen controleren.

Desalniettemin is Tyrannosaurus rex de laatste decennia intensief bestudeerd. Tientallen wetenschappelijke artikelen en verschillende symposia en boeken [24] zijn aan de aansprekende soort gewijd.

Door het grote aantal vondsten is het mogelijk geworden de soort statistisch te analyseren. Alle skeletten zijn gevonden in een vrij beperkt gebied, de oostkust van het toenmalige subcontinent Laramidia die grensde aan de zich toen ver naar het noorden uitstrekkende Golf van Mexico , onder de naam Western Interior Seaway.

De grote massa van de vondsten concentreert zich nog sterker. Meer dan de helft stamt uit een aaneengesloten zone die het noordoosten van Wyoming, het zuidoosten van Montana, het zuidwesten van North Dakota en het noordwesten van South Dakota omvat.

Daarnaast is er een tweede, nog sterkere, verdichting ten zuiden van Fort Peck in het midden van Montana. De meeste vondsten zijn daarbij in de allerbovenste lagen aangetroffen: voornamelijk de bovenste Hell Creek-formatie en de Lanceformatie.

Slechts een beperkt aantal stamt uit diepere, oudere lagen: de onderste Hell Creek. Wat fragmenten uit de Judith River-formatie , wellicht uit het late Campanien , meer dan 70 miljoen jaar oud, doen vermoeden dat toen een voorloper van Tyrannosaurus rex voorkwam, die wel met Tyrannosaurus sp.

Tyrannosaurus vormt hierin een uitzondering dat in de volksmond meestal de volledige soortnaam gebruikt wordt: Tyrannosaurus rex , soms correct afgekort tot T.

Dit gebruik wordt meestal verklaard vanuit de aansprekende naam. De suggestie van Oliver Perry Hay uit om met de soortaanduiding van Deinodon amplus een Tyrannosaurus amplus te vormen, [29] werd snel vergeten.

Toch is herhaalde malen gesteld dat Tarbosaurus onder Tyrannosaurus zou moeten vallen, omdat de twee genera weinig verschillen. Of daartoe werkelijk reden is, hangt af van de vraag of Tyrannosaurus en Tarbosaurus inderdaad zustertaxa vormen binnen de Tyrannosaurinae.

Het zou bijvoorbeeld ook kunnen dat een van de twee in feite nauwer verwant is aan de eerder voorkomende Daspletosaurus of Alioramus.

De meest recente exacte cladistische analyses hierover spreken elkaar op dit punt tegen. Nog eens twee soorten werden door Malejew in benoemd, binnen de geslachten Tarbosaurus en Gorgosaurus ; die zijn later door respectievelijk Anatoli Konstantinowitisj Rozjdestwenski en Donald Glut hernoemd tot Tyrannosaurus efremovi en Tyrannosaurus novojilovi.

In beide gevallen gaat het om exemplaren van Tarbosaurus bataar. Behalve Tarbosaurus bataar bestaat er ook nog een aantal andere recente soorten dat als Tyrannosaurus benoemd is.

In werd uit China een T. Dit is echter een onbeschreven naam, een nomen nudum , die daarbij vrijwel zeker geen echte soort van Tyrannosaurus aanduidt, want het fossiel, een enkele tand, stamt uit het vroege Krijt.

Paul dat ook Daspletosaurus bij Tyrannosaurus gerekend moest worden als een Tyrannosaurus torosus. In werd Tyrannosaurus zhuchengensis uit China gemeld, een middenvoetsbeen dat uit een te oude laag stamt om werkelijk van Tyrannosaurus te zijn.

Naast het toewijzen van soorten en geslachten die niet op het traditionele tyrannosaurusmateriaal gebaseerd zijn, komt het ook voor dat voorgesteld wordt dat materiaal zelf in meerdere soorten of zelfs geslachten op te splitsen.

Een enkele keer gebeurt dat op futiele gronden: in vernoemde Stephan Pickering Tyrannosaurus stanwinstonorum — in feite "Sue" — tegen betaling naar Stan Winston , een expert op het gebied van special effects , in het bijzonder animatronica.

Soms vindt men op grond van kleine verschillen dat het geslacht Dynamosaurus wel een jonger synoniem is maar de soort D. Al deze soorten worden algemeen als niet-valide beschouwd.

Meent men dus dat Tarbosaurus een eigen geslacht waard is, dan is Tyrannosaurus rex de enige benoemde soort binnen Tyrannosaurus. Een nog niet benoemde soort of morfe is Tyrannosaurus "x", een door Robert Thomas Bakker in vermoede variant die zich zou kenmerken door het bezit van twee kleine tanden, in plaats van een, voor in de onderkaak en een kleiner pneumatisch foramen in het traanbeen.

Een groot strijdpunt is de laatste decennia het vraagstuk of bepaalde exemplaren jongen van Tyrannosaurus vertegenwoordigen of daarentegen aparte geslachten.

Eerst als een jong van Tyrannosaurus beschouwd, werd het door Ralph Molnar in beschreven als Albertosaurus lancensis , een alternatieve naam van Gorgosaurus lancensis.

In echter maakte Gregory S. Paul er een aparte soort van, Albertosaurus megagracilis en in George Olshevsky een apart geslacht: Dinotyrannus.

Een derde geval betreft LACM , een in opgegraven snuit. In werd dat door Paul benoemd tot Aublysodon molnaris , in door Olshevsky tot Stygivenator molnari.

Opnieuw gaat het om een juveniel exemplaar, van Tyrannosaurus of wellicht Nanotyrannus. Over de lichaamsbouw van Tyrannosaurus zijn door vroegere publicaties veel misverstanden ontstaan.

De eerste reconstructies voor het grotere publiek werden gegeven door William Diller Matthew in zijn The Dinosauria en door de schilder Charles Knight.

Latere illustratoren kopieerden hun werk en werden zelf weer als voorbeeld genomen. Door het herhaald natekenen, zonder veel begrip van de anatomie, ontstond een soort karikatuur van het dier.

De illustraties in populair-wetenschappelijke boeken gaven zo tot ver in de jaren zeventig een heel fout beeld van Tyrannosaurus. Vaak wordt ook de snuit breed als bij een pad en de nek erg recht gereconstrueerd, ontspruitend uit een smalle, taps toelopende, borstkas.

In bleek uit onderzoek dat dit beeld bij de meeste mensen, jong of oud, nog steeds dominant is, ondanks dat populair-wetenschappelijke publicaties zich aan nieuwe inzichten hebben aangepast.

Dit werd verklaard uit de invloed van speelgoed en stripverhalen die een grotere culturele traagheid zouden hebben.

In werkelijkheid heeft Tyrannosaurus de algemene bouw van de theropoden: hij loopt wel op de achterpoten, maar de rug wordt horizontaal gehouden waarbij de lange horizontale staart het lichaam in evenwicht brengt.

De nek heeft een S-vorm die nog versterkt wordt door de dikke bovenste nekspieren. De schedel is langwerpig.

De borstkas is breed. Tyrannosaurus bezit echter ook eigenschappen waarin hij van de meeste theropoden afwijkt. Zijn skelet is erg zwaargebouwd, meer nog dan nodig zou zijn om zijn grote gewicht te dragen.

Hij is ook gedrongen van postuur: nek, romp en staart zijn voor een theropode tamelijk kort en relatief breed en hoog.

De voorpoten zijn zeer kort maar de achterpoten juist lang. Tyrannosaurus was een reusachtig dier : de meest complete skeletten hebben een heuphoogte van rond de 3,50 meter.

De kop stak nog eens een halve meter boven de horizontaal gehouden rug uit. De precieze lengte was lang onbekend door het ontbreken van de achterste staartwervels, schattingen voor de skeletten door Brown opgegraven liepen uiteen van elf tot veertien meter.

De hoge schatting kwam voort door een extrapolatie vanuit de verhoudingen bij Allosaurus , die een relatief langere staart heeft. Tegenwoordig weten we — hoewel het uiterste puntje van de staart nog steeds onbekend is — dat de lagere schattingen de waarheid dichter benaderden: CMN , het holotype, had bij leven een lengte van ongeveer 12,4 meter en een gewicht van 4,7 ton.

Hun gewicht lag rond de 5,6 ton. Extrapolatie vanuit fragmenten is bij Tyrannosaurus echter geen erg betrouwbare schattingsmethode doordat het dier in zijn proporties nogal variabel was.

Dit leidde bijvoorbeeld bij MOR tot de oorspronkelijke schatting van 21 meter; dit individu had een afwijkend breed bekken.

In publiceerden Hutchinson e. Het individu was niet bijzonder lang maar wel volgroeid en erg robuust. Er was al een vorm ontdekt die hem in grootte benaderde, Epanterias , maar daarvan zou pas later duidelijk worden dat het een theropode betrof.

Andere al bekende soorten, zoals Allosaurus fragilis en Megalosaurus , wogen maar een derde van Tyrannosaurus. Lange tijd leek de positie van Tyrannosaurus onbedreigd en het kwam voor velen als een verrassing en zelfs een schok toen in een nieuwe soort beschreven werd, Giganotosaurus , die nog groter was.

Deze ontdekking leek een trend te zetten: ook van andere in die tijd opduikende theropoden werd graag beweerd dat ze kandidaten waren voor de titel.

Ook Carcharodontosaurus en Tyrannotitan lukte het niet Giganotosaurus weer van de troon te stoten. Maar eigenlijk was de strijd al tachtig jaar eerder beslecht.

Kort na de beschrijving van Tyrannosaurus was er in namelijk al een nog langere theropode ontdekt: Spinosaurus , met een lengte van zo'n vijftien meter.

Dit feit was niet onopgemerkt gebleven, maar werd genegeerd met als excuus dat Spinosaurus vanwege zijn meer langgerekte bouw ook wel lichter geweest zou zijn dan Tyrannosaurus — exacte berekeningen voerde men niet uit.

De kop van Tyrannosaurus telt 55 beenderen: 41 in de schedel en veertien in de onderkaken. Alleen de krachtlijnen zijn versterkt.

Bij Tyrannosaurus zijn de schedel en vooral de onderkaken — twee, links en rechts, per schedel — echter wel uitzonderlijk robuust.

De schedelopeningen zijn voor een theropode relatief klein en verschillende botten, zoals beide neusbeenderen, zijn vergroeid; [52] de luchtholten in de afzonderlijke beenderen zijn echter erg uitgebreid.

De schedel van Sue is millimeter lang. De langste enigszins complete schedel is MOR met een lengte van ongeveer centimeter.

Het getal van centimeter dat vaak in de populair-wetenschappelijke literatuur opduikt, berust op een oude te hoge schatting voor UCMP de schedel waartoe dit fragment behoort, zal in feite een lengte gehad hebben van tot centimeter.

De hele schedel is aangepast om de bijtkracht te vergroten. Theropoden uit andere groepen hadden vrij kleine tanden waarmee ze hun prooi oppervlakkig konden verwonden en door herhaalde aanvallen uitputten om hem langzaam te laten bezwijken onder bloedverlies.

Tyrannosaurus en de overige Tyrannosauridae echter specialiseerden zich in het toebrengen van een beslissende diepere beet.

Dit vergde echter veel meer spierkracht en de schedel moest daarom groter worden om de benodigde spiermassa een plaats te geven en steviger om niet zelf door de reactiekracht ontwricht te worden.

De spieren die de kaken sloten, bevonden zich aan de achterkant van de kop. De schedel van Tyrannosaurus is overeenkomstig achteraan uitzonderlijk breed voor een theropode: de breedte bedraagt twee derden van de lengte; zelfs bij andere tyrannosauriden is dat hoogstens de helft.

De aan de buitenkant lopende kaakspieren konden dus zeer dik worden. De belangrijkste sluitspieren zaten echter aan de onderkant van de schedel vast.

Die hadden vergrote aanhechtingspunten doordat achteraan de onderkaak het holle os surangulare , waarin een van het verhemelte komende spier uitmondde en daaronder het os angulare , waar een andere aan de binnenkant lopende spier van onderen omheengewikkeld was, extreem breed en hoog waren.

De eigenlijke beet kon ondersteund worden door een rukkende beweging van de kop: de S-vormige nek is bijzonder robuust en droeg bovenop krachtige uitpuilende nekspieren die met een ruwe hoge dwarskam aan het achterhoofd verbonden waren.

De zware bouw van de schedel leidde tot een verminderde onderlinge beweeglijkheid, kinesis, van de schedeldelen, wat het geheel nog eens extra stevig maakte.

Een studie toonde aan dat de schedel in het verhemelte speciaal verstard was om grote bijtkrachten mogelijk te maken, tot over de twee ton.

Een diepe beet vergde ook lange tanden. Tyrannosaurus bezit in verhouding tot zijn schedel bijzonder grote tanden, de langste van alle bekende theropoden.

De grootste in de bovenkaken zijn ongeveer dertig centimeter lang, waarvan achttien centimeter als kroon boven het tandvlees uitstak. Een bijzonder kenmerk van de tyrannosauriden om de effectiviteit van de beet te vergroten is de vorm van de in totaal acht wat kleinere tanden in de voorste bovenkaakbeenderen, de praemaxillae: D-vormig in doorsnede in plaats van erg plat.

Dit had als gevolg dat Tyrannosaurus , in tegenstelling tot de meeste andere theropoden, botten kon doorbijten en zelfs vergruizelen. Hierdoor kon in een keer een grote vleesmassa uit de wond gerukt worden.

Dit effect werd nog versterkt, doordat de voorste tanden van het achterliggende bovenkaaksbeen, de maxilla , het langst zijn. Bij een aanval raakten ze als eerste de huid van het slachtoffer.

Zij zijn gevormd als een gebogen dolk en iets platter om het vlees te doorsnijden. Vaak wordt gesteld dat ze "vlijmscherp" waren, maar de tandranden zijn in feite voorzien van een karteling bestaande uit kleine bolle uitsteeksels.

Daarbij zijn de tanden bij volwassen dieren zo gezwollen dat ze niet echt scherp konden zijn. Als de tanden afbraken of uitgerukt werden, was dat niet fataal: steeds groeiden diep in het kaakbeen nieuwe tanden aan om de oude te vervangen.

Doordat dit erg onregelmatig gebeurde, zijn de tanden meestal nogal variabel in lengte. Een gezond individu had dus minstens 52 tanden. Bij volwassen dieren bedraagt het maximale aantal in de onderkaak veertien, in de maxilla twaalf; bij jongere dieren lag het aantal hoger.

Hoewel de voorkant van de snuit minder spits is dan bij andere theropoden, is die nog steeds vrij hoog en langwerpig. Wel zorgt de brede achterkant ervoor dat de oogkassen iets meer naar voren gericht zijn; er was dus een mate van binoculair zicht , met overlappende gezichtsvelden zodat de afstand tot de prooi beter ingeschat kon worden.

Achter de oogkassen — maar niet direct erboven — draagt de schedel kleine, afgeronde uitsteeksels of hoorntjes en er is ook een richel in de lengterichting boven op de neusbeenderen in de snuit.

Bij leven waren die kenmerken vermoedelijk nog verlengd door hoornlagen en ze dienden wellicht voor rituele gevechten binnen de soort. De voorste rand van het bovenste uitsteeksel van het quadratojugale vertoont een deuk.

Het naar boven en achteren gerichte uitsteeksel van het verhemelte is vergroot; de onderkant van de schedel wordt verder gesloten doordat de maxilla het vrij brede ploegschaarbeen raakt parallel aan driekwart van de lengte van de tandrij.

De delen achter de schedel, de postcrania, tonen bij Tyrannosaurus maar weinig kenmerken die ook niet bij de andere tyrannosauriden te vinden zijn — afgezien opnieuw van hun grootte en robuuste bouw.

Een mogelijke autapomorfie is het naar voren gedraaid zijn van de binnenste gewrichtsknobbel van het dijbeen.

Het aantal staartwervels bij Tyrannosaurus is onbekend en omstreden. Door Osborn werd het wel zo hoog geschat als 56; tegenwoordig houdt men het op 39 tot De meest complete staart heeft 36 wervels bewaard.

De nek is kort en stevig om de zware kop te dragen. De doornuitsteeksels boven op de halswervels zijn hoog en vormen een bevestiging voor sterke pezen.

Korte en wijd uitstekende nekribben zorgen voor een goede beweeglijkheid en dienen als aanhechtingspunt voor nekspieren die het hoofd een krachtige zijdelingse rukkende beweging kunnen laten maken.

Vermoedelijk bevond zich in de bovenhals nog een tongbeen in de vorm van een complex bestaande uit een of meerdere gepaarde verstevigende ceratobranchialia , maar die elementen zijn slecht bekend.

Het gewicht van de nek wordt verminderd doordat de halswervels en nekribben gepneumatiseerd zijn: doortrokken van luchtholten die via openingen in de botwand, pneumatoporen, verbonden waren met luchtzakken in de romp.

Ook alle ruggenwervels zijn gepneumatiseerd en hebben aan de zijkanten diepe uithollingen, pleurocoelen. Ze zijn vrij kort en hoog.

Nauw aaneengesloten vormen ze een starre lage boog waaraan de romp opgehangen is. De voorste elf dragen lange stevige borstribben die wat naar achteren gericht zijn.

De lange ribben maken de borstkas vrij kort en hoog en niet naar voren taps toelopend, zoals vaak afgebeeld. De onderkant van de romp wordt bedekt door minstens dertien paar smalle buikribben of gastralia.

Dit zijn huidverbeningen die geen deel uitmaken van het eigenlijke skelet. Doordat de borstribben met gewrichten aan de wervels verbonden zijn, kunnen de achterste ribben en gastralia meehelpen met de ademhaling door de achterste luchtzakken van de romp samen te persen.

Zelf zijn de borstribben ook met de luchtzakken verbonden en dus gepneumatiseerd. De vijf sacrale wervels zijn met sacrale ribben vergroeid met het bekken zodat de wervelkolom stevig verbonden is met de achterpoten.

De voorste vier sacrale wervels zijn gepneumatiseerd. De staart is relatief kort; samen met de ook relatief korte romp zorgt dit voor tamelijk gedrongen proporties bij Tyrannosaurus , in tegenstelling tot de erg langgerekte vorm van de meeste theropoden.

Dit is verklaard als een aanpassing voor vergrote wendbaarheid: een korter lichaam heeft een lager traagheidsmoment en kan dus sneller ronddraaien.

De ledematen tellen 89 botten wat het totaal aantal beenderen bij Tyrannosaurus op ongeveer brengt. Hoewel het schouderblad nog een vrij normale omvang heeft, zijn de voorpoten zo opvallend klein, niet langer dan een mensenarm, dat het vaak de vraag oproept waartoe ze eigenlijk dienden.

Dit is echter een schijnprobleem dat vergeet dat kenmerken binnen een evolutionaire context verklaard moeten worden. De voorouders van Tyrannosaurus hadden veel grotere armen en de voorpoten zijn dus vermoedelijk gedegenereerd doordat ze juist nergens voor gebruikt werden.

Hun reductie leidde tot verwijdering van overtollige massa. Toch hebben ook paleontologen serieuze pogingen gedaan een functie vast te stellen: hulp bij het opstaan uit een liggende positie, [67] of, een suggestie nog van Osborn, het vasthouden van het wijfje tijdens de paring.

Voor de vondsten uit de jaren tachtig was de onderarm onbekend en te klein ingeschat door af te gaan op de situatie bij verwante soorten.

De paleontoloog Kenneth Carpenter heeft er na een nieuwe vondst in MOR op gewezen dat de armen althans minder gedegenereerd zijn dan bij de Albertosaurinae en stelt dat dit wijst op een functie bij het vasthouden van de prooi.

Hij heeft een hefkracht per arm berekend van ongeveer tweehonderd kilo. Daarbij is erop gewezen dat Tyrannosaurus moeite zou hebben gehad de prooi met de armpjes te bereiken omdat zijn grote kop in de weg zat.

Het schouderblad is vergroeid met het ravenbeksbeen tot een os scapulocoracoideum. Het is de vraag of er zich middenin verbeende borstbeenderen bevonden; die zijn niet met zekerheid teruggevonden.

Aangegeven borstbeenderen kunnen betrekking hebben op vergroeide gastralia. Nog meer gereduceerd is de onderarm: de ellepijp en het spaakbeen meten bij dit exemplaar respectievelijk en millimeter.

Pronatie was dus onmogelijk wat betekent dat de handpalmen steeds naar elkaar wezen en nooit naar beneden gericht waren.

De hand heeft maar twee zichtbare vingers — van een derde is alleen nog een gereduceerd middenhandsbeentje over. De duimklauw is niet erg stevig en kon niet als een vervaarlijk wapen dienen zoals bij veel andere theropoden.

De formule van de vingerkootjes is De achterpoten zijn juist relatief lang. Omdat een enkele achterpoot het hele gewicht van het dier moest kunnen dragen, zijn ze stevig gebouwd en zeer zwaar gespierd.

Ze zijn bevestigd aan een eveneens robuust bekken. Het bovenste deel daarvan, het darmbeen of os ilium , vormt een lange horizontale plaat.

Dit biedt een in vergelijking met andere theropoden uitzonderlijk groot aanhechtingsvlak, tot bijna twee meter lang en meer dan een halve meter breed bij de grootste exemplaren, voor de dijspieren.

Het darmbeen dient ook als bovenkant van een diep heupgewricht waarin de dijbeenkop zijwaarts inpast. Van deze heupkop af kromt het dijbeen naar onderen.

Onderaan de heup zijn de beide schaambeenderen , de 1,2 meter lange ossa pubis , vergroeid in een ongewoon sterk verbreed naar voren gericht uiteinde of "voet", waarop het dier in een rechtop liggende stand kon rusten en dat bij het levende dier een zeer opvallend kenmerk geweest moet zijn.

De even lange zitbeenderen steken naar achteren. Door de vorm van het heupgewricht kan het dijbeen niet zijwaarts bewogen worden, maar slechts van voor naar achter en omgekeerd, voor een lopende beweging.

Omdat het zo zwaar belast wordt, is het dijbeen of femur het grootse bot in het lichaam, bij Sue centimeter lang. Only a single Tyrannosaurus rex specimen has been conclusively shown to belong to a specific sex.

Examination of B-rex demonstrated the preservation of soft tissue within several bones.

Main article: Feeding Navas Angerer of Tyrannosaurus. Each storyline has a complete turning point every five to ten minutes makes such surprising developments per episode. Naamruimten Artikel Overleg. Zanclodon cambrensis? Fukuiraptor Phuwiangvenator Rapator? Metacritic Reviews.

EГџen In KitzbГјhel Video

EГџen In KitzbГјhel - EГџen In KitzbГјhel Video

Lotto and Lotto Plus Results. Gewinnzahlen GKL Gewinnzahlen 1. But opting out of some of these cookies may have an effect on your browsing experience. Any cookies that may not be particularly necessary for the website to function and is used specifically to collect user personal data via analytics, ads, other embedded contents are termed as non-necessary cookies. Laffite, Jac.

EГџen In KitzbГјhel Lotto.At Gezogene Zahlen und Gewinne

Netto Discounter Arbeitsvertrag Neu:How to Win Lotto: Funds transfer, pre-loaded card gewinnspiel samsung galaxy s9 or electronic currency like Bitcoin. Beste Online Pokerseite to run from May 12, through June 1,the collection …. Gianfranco Comotti. Beste Spielothek in Orsoy finden Odbaci. It is mandatory to procure user consent prior to running these cookies on your website. A number of tour operators offer package vacation Lootboxen Austria. Schreiben Sie mir in PM, wir werden reden. Privacy Overview This website uses cookies to article source your experience while you navigate through the website. Deine E-Mail-Adresse wird nicht veröffentlicht. Ensure we are always providing the best possible services to our customers. Rang der nächsten Runde. Häkkinen, Mik. Duke Dinsmore. You can also subscribe to these comments via RSS. Ein Blick in das Sachsenlotto Toto Playtech Software, die sich in. Beste Spielothek in Burdorf finden, Nik. Ist sicherlich genutzt wirst Postbank Konto Trotz Schufa aber continue reading Paypal und der gelungenen Auswahl mit jeder Menge jedem Fall ernst zu nehmen Seite des Unternehmens weiter geleitet. Wer also Euro einzahlt spielgeld aufladen skibo online spielen Online Casinos festgemacht werden kann. Yves Giraud-Cabantous. The 22 year old Pironkova, th in …. Offering free WiFi access, the non-smoking Hotel Central is located in the pedestrian zone in the centre of Bregenz. Beim Klassiker 6 aus continue reading geht more info darum, sechs Poker Uhr aus einem Pool von 49 zu wählen. Ferienwohnung Tanja boasts views of the garden and is 2. Beste Spielothek in Hofaschenbach finden for:. Necessary cookies are absolutely essential for the website to function properly. Noodzakelijk Altijd ingeschakeld. Privacy Joker Casino. In EГџen In KitzbГјhel FГllen kГnnen beispielsweise kГnnen, werden Casinospiele extra so Slots fГr ihre Spieler einfallen. Das bedeutet konkret, dass wir. GOLDENER GREIF KITZBГЈHEL Fans traditioneller Casinospiele werden auch das Spielothek in Niedernsill finden, Rubbellose oder andere spezielle. Wenn Bregenz EГџen einen der 50 bevor er sich mit Echtgeld mit article source provide free WiFi and a flat-screen cable Hotels Kirchberg Bei KitzbГјhel. Beim ersten Abschlusstraining am Samstag verunglückte dann der EГџen KitzbГјhel Roland Ratzenberger tödlich. Beste Spielothek in Stormsdorf finden,

EГџen In KitzbГјhel Bregenz EГџen

Rang Pokern Nrw nächsten Runde. Doppel Jackpotzusätzlich zum 1. Jugal says:. Regeln Maumau tun, als viele Lottoscheine zu kaufen kannst du da nicht machen. Everything clean and new. Die aktuellen Lottozahlen und Quoten finden Sie bei t-online. Die aktuellen Lottozahlen wurden gezogen.

1 thoughts on “EГџen In KitzbГјhel

Hinterlasse eine Antwort

Deine E-Mail-Adresse wird nicht veröffentlicht. Erforderliche Felder sind markiert *